Verbod op financiële onderaanneming in 3 sectoren: bouw, vleesnijverheid en verhuis

Nieuwe spelregels in onderaanneming vanaf 2025: verbod op pure financiële onderaanneming en loutere coördinatie

De wet van 15 mei 2024 introduceert een belangrijke beperking op het vlak van onderaanneming in de sectoren van de bouw (werken in onroerende staat), de vleesnijverheid en de verhuis.

Met de nieuwe wetgeving wil de wetgever paal en perk stellen aan de lange verticale onderaannemingsketens. Er zouden immers meer en meer bedrijven zijn die essentiële taken outsourcen om de arbeidskosten te drukken. Zij zetten zo de deur open voor frauduleuze ondernemingen die onderaanneming ‘misbruiken’ om winst te realiseren door middel van zware loonconcurrentie, uitbuiting en het ondergraven van de sociale bescherming. Deze ondernemingen gebruiken deze onderaannemingsketens om arbeidsverhoudingen te verhullen, belastingen en socialezekerheidsbijdragen te ontduiken, hoofdelijke aansprakelijkheid te vermijden en zich te onttrekken aan controles van arbeidsinspectiediensten. Vaak gaat het dan om brievenbusfirma’s, die op papier optreden als aannemer, maar in werkelijkheid geen eigen geen reële en productieve activiteiten ontplooien.

Deze hervorming volgt hierbij het voorbeeld van de bestaande regelgeving inzake overheidsopdrachten.

 

I. Kern van de nieuwe wetgeving

De wet verbiedt uitdrukkelijk de volgende twee praktijken:

  1. Pure financiële onderaanneming

Een onderaannemer aanvaardt een opdracht, maar besteedt die begunstigde opdracht vervolgens volledig uit aan een volgende onderaannemer of meerdere volgende onderaannemers. Hij voert dus zelf geen werken uit.

     2. Loutere coördinatie zonder eigen uitvoering

De onderaannemer beperkt zich tot het organiseren of coördineren van de werken, zonder enige daadwerkelijke uitvoering ervan.

Belangrijk: dit verbod geldt uitsluitend voor de onderaannemer (vanaf niveau 1), dus niet voor de hoofdaannemer die rechtstreeks met de opdrachtgever contracteert. Het is de hoofdaannemer dus wel toegestaan de volledige uitvoering van de werken in onderaanneming te geven.

Let op: Werk uitbesteden aan zelfstandigen is ook een vorm van onderaanneming.

Voor de verhuissector geldt bovendien dat de onderaannemersketen maximaal drie niveaus mag tellen. Verdere onderaanneming is daar verboden, ongeacht de concrete uitvoering.

De wetgever beschouwt de nieuwe regelgeving van openbare orde, wat betekent dat contractuele bepalingen die deze verboden uitsluiten of beperken niet toegestaan zijn. Ook overeenkomsten die voor de inwerkingtreding van de wet zijn ontstaan en niet in overeenstemming zijn met de regelgeving vanaf de inwerkintreding, worden geviseerd door deze nieuwe verbodsbepaling en moeten dus mogelijk herbekeken worden.

Volgend voorbeeld geeft een illustratie van een aannemingsstructuur die niet meer toegelaten is:

 

1

???? Structuur 1: Niet-conforme keten

In deze structuur geeft de opdrachtgever de opdracht voor 100% aan de aannemer, die deze op zijn beurt volledig (100%) uitbesteedt aan een eerste onderaannemer. Die eerste onderaannemer besteedt de opdracht opnieuw volledig uit aan een tweede onderaannemer. Deze keten van volledige opeenvolgende uitbesteding is niet conform: er is geen directe betrokkenheid of uitvoering meer van de eerste onderaannemer, die louter als extra schakel optreedt en de keten onnodig verlengt.

Ter illustratie, de volgende structuren blijven wel toegestaan:

2 (1)

 

???? Structuur 2: Volledige uitbesteding door de aannemer

Hier geeft de opdrachtgever 100% van de opdracht aan de aannemer, die deze voor 100% verdeelt over twee onderaannemers: 50% aan onderaannemer 1 en 50% aan onderaannemer 2. Beide onderaannemers worden rechtstreeks ingeschakeld door de aannemer. Deze structuur is toegelaten, aangezien het verbod van pure financiële onderaanneming slechts betrekking heeft op een onderaannemer, niet op een hoofdaannemer.

 

3

 

???? Structuur 3: Gedeeltelijk eigen beheer door onderaannemer

In deze opstelling geeft de opdrachtgever 100% van de opdracht aan de aannemer. De aannemer besteedt deze volledig uit aan onderaannemer 1, die op zijn beurt 85% verder uitbesteedt aan onderaannemer 2 en 15% in eigen beheer uitvoert. Deze structuur is wel conform, omdat onderaannemer 1 een deel van de werken effectief zelf uitvoert en dus niet louter als doorgeefluik fungeert.

II. Praktische implicaties voor (onder)aannemers

De gevolgen van deze nieuwe regels zijn aanzienlijk, zeker voor ondernemingen die actief zijn in grote of complexe projecten waarbij de uitvoering vaak wordt opgesplitst in verschillende lagen en deelopdrachten.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Zelf uitvoeren: elke onderaannemer moet ten minste een deel van de aangenomen opdracht zelf uitvoeren, bovenop de eventuele coördinatie ervan, ook al betreft dit slechts een gering percentage. Enkel doorgeven is niet meer toegestaan.
  • Goede afbakening: er moet een heldere scheiding zijn tussen het deel van de werken dat de onderaannemer zelf uitvoert en het deel dat wordt uitbesteed.
  • Prijsmodellering: de prijsstructuur moet desgevallend worden herzien, waarbij kosten en marges in verhouding moeten staan tot de eigen prestaties.
  • Contractuele afspraken: in aannemingsovereenkomsten en onderaannemingsovereenkomsten zullen duidelijke afspraken nodig zijn over wie welke werkzaamheden uitvoert en op welke wijze.

 

III. Sancties bij niet-naleving

De wetgever voorziet in strenge sancties op de overtreding van voormelde verbodsbepaling. Dergelijke overtredingen vallen namelijk onder sanctieniveau 4 van het Sociaal Strafwetboek. Afhankelijk van de ernst van de overtreding, kunnen volgende sancties worden opgelegd:

(1) Ofwel:

  • Een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar (voor rechtspersoon wordt de gevangenisstraf omgezet in een geldboete van € 24.000 tot € 576.000);

en/of

  • Een strafrechtelijke geldboete van € 4.800 tot € 56.000, mogelijk te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers (max. 100);

(2) Ofwel, indien de arbeidsauditeur heeft beslist om niet strafrechtelijk te vervolgen:

  • Een administratieve geldboete van € 2.400 tot € 28.000, mogelijk te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers.

Deze geldboetes kunnen aldus  fel oplopen, zeker in het kader van grotere projecten.

 

IV. Timing en overgangsmaatregelen

De nieuwe wetgeving is in werking getreden op 1 januari 2025. Er zijn geen bijzondere overgangsmaatregelen voorzien. Voor de opdrachten die reeds voor die datum werden aangenomen maar waarvan de uitvoering pas nadien start, zullen de onderaannemers zich aan de nieuwe regels moeten houden.

Het is dus van belang om actie te ondernemen. Voor nieuwe overeenkomsten én voor bestaande structuren waarvan de uitvoering nog moet starten, is een juridische check-up aan te raden.

V. Wat te doen?

Agio Legal helpt aannemers en onderaannemers om hun werking en overeenkomsten in lijn te brengen met de nieuwe regels:

  • Een grondige analyse van de aannemingsstructuur
  • Een toetsing van bestaande en toekomstige overeenkomsten
  • Het opstellen van juridisch sluitende afspraken tussen aannemers en onderaannemers

Contacteer ons voor een gesprek of juridisch advies op maat.